Ga nou hardlopen morgen

Zo’n klein stemmetje van binnen vertelde me de avond van tevoren al dat ik mijn wekker moest zetten. Vroeg genoeg om nog met dauw de dag te beginnen. Dat heb ik geweten. Het was bijna een mystieke ervaring.

Of misschien wel helemaal.

Mijn hart gaat er nog steeds sneller van kloppen. Een betoverend landschap. Waar ik gewoon verliefd op kan worden.

Kijk zelf maar.

Ontmoeting met de ‘Genius Loci’

Een onderzoek. Een samenzijn. Een onderzoekend samenzijn. Wie komen er allemaal? En wat gaan we doen? Samen zijn. Op deze plek. En kijken waar we nieuwsgierig naar zijn. Op onderzoek. Een ‘deep mapping’ exercitie. Met deelnemers van de ‘Root to Rise kerngroep’.  

Wat heeft deze plek te vertellen? Wat wil in ontwikkeling komen? Hoe kunnen we deze plek nog meer tot leven brengen? 

De stroom der dingen…

Woensdagochtend. Ik laat Judith weten dat we de catering zelf zullen doen. De een na de ander haakt af. Tegelijkertijd laten Lisette, Maria en Ester weten: wij komen gewoon. Mijn gevoel was al langere tijd: zij die komen zijn de juiste mensen. De knoop in mijn maag heeft te maken met het financiële plaatje van de catering. Judith reageert super. Het komt wel een andere keer. Don’t worry.

Vrijdagochtend haal ik zelf de boodschappen. Voor zo’n klein clubje is dat goed te doen. Rond drie uur arriveren Lisette, Maria en Ester. We eten bolustaart en maken een grote ronde over het terrein. Tentjes opzetten. Het eten voorbereiden en zwemmen. Odar eet heel veel ‘kaassss’ en gaat dan slapen. Redmar slaapt ook snel.

Rond 19 uur een check-in. Wat is onze behoefte? Waar willen we mee aan de slag? 

Een ‘plantagrond’ maken. Stem geven aan de vogels. 

De verlangens zijn divers maar wel gerelateerd. We besluiten met twee vragen de nacht in te gaan: 

  1. Waar wil je stem aan geven? 
  2. En: welke opdracht wil je krijgen? 

Waar waait de wind heen?

De volgende ochtend horen we meer. Over het oordeel over en het eren van Martine’s buik. Over het verlangen om een stem te geven aan toekomstige generaties. En over het diepe besef dat land en water een is. Zoiets wat je wel weet. Maar wat niet zo makkelijk te voelen is.

Ester verhaalt juist over de grenzen die overal zijn op het terrein en die een rol spelen, maar die ook in elkaar overlopen. 

Blurring boundaries. Zo voelt Ester.

Dissolving boundaries. Komt bij Martine op.

Lisette over haar worsteling met de vraag: ‘mag ík er zijn’? Mag ik híer zijn? Die drie bramen die ik pakte vanochtend. Mag ik die opeten, of zijn die voor de vogels, zoals de buurman deed denken? 

Ineens barst het los. De hemel breekt open en we rennen naar binnen. Koffie en thee. Toch maar binnen een opstelling doen? Vos wil aan de slag. Waarom nog een opstelling en niet gewoon iets doen?  

De buienradar-app laat een ‘spike’ zien. Super intens, maar zo over. En dan is de zon er alweer. We gaan naar buiten en zijn Vos kwijt. Hij is in de boomgaard. 

Is dat de juiste plek voor een opstelling? We lopen er heen en Vos kiest voor de open plek dichtbij de heuvel, die zo verscholen ligt in het bosje. Laten we het hier doen. 

‘Genius Loci’ van het Land van Odar

Ester representeert de ‘genius loci’ van de plek en is verbaasd: wat een ‘power’, wat voel ik veel. ‘Er gebeurt van alles in mij.’ Vos en ik staan voor onszelf en staan in eerste instantie uit elkaar. Klopt dat? Die afstand? Maria representeert met Redmar op haar buik ‘de fysieke plek’. Ze staat achter ‘genius loci’. Een beetje verscholen. Klopt dat? Zou ze er niet voor moeten staan? Waarom staat ze daar? Ineens beweegt ze weg. Waar staat Redmar voor? Representeert hij ook ‘de dood’? Redmar wordt in zijn wiegje gelegd. Te slapen. Is dat wat nodig is? Het verleden hoeft niet opgerakeld, maar mag rusten. Het wil wel geëerd worden. 

Genius Loci geeft aan mij aan dat ik meer contact mag maken met mijn schaduwkanten, met de donkerte in mij. Het emotioneert me. Ik voel een verlangen dichterbij Vos te staan. Ik kijk hem aan. Maar dat is niet de juiste beweging. Ik wil met hem naar voren kijken, naar de genius loci. Wat voelt dat goed. Het is zo evident dat wij elkaar aanvullen. Via Vos kan ik makkelijker contact maken met mijn schaduwkant. Het duister, de donkerte. En hij voelt via mij hoezeer hij er mag zijn. Een twee eenheid. De tranen stromen over mijn wangen. Dit is contact. Dit is gelijk en waardig. Genius loci voelt vanuit de verbinding met ons een verlangen om te rusten. Ze gaat liggen op de grond. Fysieke plek pakt een tak en markeert de rustplaats. Driekus gaat naast ‘genius loci’ liggen. Dit voelt goed. En het is zo evident waar dit over gaat. Een grafmonument. Die heuvel in het landschap waarvan ik al langer voelde dat ik daar iets mee wilde. Ik had de heuvel al vrijgemaakt, maar deze was weer volledig overwoekert. 

Met blote handen

Het is niet de bedoeling om op te rakelen of op te graven, aldus ‘genius loci’. Maar wel om die plek te eren. Daar ga ik mee aan de slag en Vos helpt mee. 

Later zegt Obis doodleuk, als ik hem meeneem naar de heuvel: ‘dit is de energiebron’ van deze plek. Van hieruit lopen energiebanen naar alle verschillende plekken van dit terrein. 

Maria had al de associatie met een octopus. Die ook vorig jaar al een rol speelde in de Raad van de Zeewezens. Gemaakt door Mans (broer van Vos). Ester met het beeldje van ‘Shiva’, dat staat voor ‘open bewustzijn’, ‘de grond van het bestaan’, met dansende (shakti= levenskracht) armen die zich allerlei kanten uitstrekken. 

Die middag gaan de handen uit de mouwen. Vos met de bosmaaier. Ik met blote handen. W verwijderen de brandnetels. Kruiwagens vol. Twee bomen gaan met de kettingzaag tegen de vlakte. Op de open plek die ontstaat kan de compost verteren. Schoffelen, harken. De paadjes vrij maken en met boomstammen markeren. Heerlijk om zo te keer te gaan en die gekke heuvel te markeren. Te eren. 

Maria verlangt ondertussen naar het strandje. Daar wil ze aan de slag met een beeld dat ze binnen kreeg. Wortels vanuit het water, naar het land. Een totem? Zelf er middenin liggen. Ze neemt een deel van de takken mee die ik wegsnoei bij het grafmonument en legt ze in het water. Ontstaat er zo een verbinding tussen beide plekken? Ester tekent een landkaart in het slib. Oh wat stinken de dames, maar wat glad wordt hun huid. Als ik rond 17.30 afsluit komen zij net kijken bij de heuvel. 

Ook Lisette sluit aan. Haar behoefte om even alleen te zijn bracht haar deze middag naar de Oosterschelde-dijk. Heerlijk om tegen de stormachtige wind in te lopen en die door zich heen te laten blazen. In een luwe oksel van de dijk ontstond een gesprek met wind en water, troostrijke ‘woorden’ over meebewegen met de stroom van verandering, geen verzet maar overgave; vertrouwen in dat het leven je brengt waar je moet zijn.

Wat is fysiek aan de slag zijn toch heerlijk. Tijd om te zwemmen, thee te drinken, het eten voor te bereiden. Lisette roert in een grote heksenpan die we boven het vuur hangen. Odar gaat naar bed. Redmar slaapt. En wij genieten van een heerlijke stoofschotel en delen 21 dingen waar we dankbaar voor zijn. Vos praat er dwars doorheen, maar dat is goed. Het klopt. 

Dat ‘langzame, zweverige gedoe’, zal hij later zeggen. Met een glimlach. Want het is wel duidelijk dat wat zich die dag toonde, ook hem raakte. 

Met een theetje aan de keukentafel vragen Ester en Lisette zich af: gaan we de wind trotseren? Duiken we onze tent in? Even twijfelen ze. Maar het antwoord is ja. De wind speelde zo’n wezenlijke rol de hele dag. Daar valt niet tegen te vechten. Die moet je omarmen. Het is een ‘wind of change’. De wind die de herfst aankondigt. En dat laat je niet onaangeraakt. 

Als we beide dames treffen bij het ontbijt de volgende ochtend, blijken ze heerlijk te hebben geslapen, terwijl de wind steeds harder te keer gaat. Het kan hen niet deren. Ester zwemt zelfs nog eens in de Oosterschelde. 

Verder wil er niet veel meer die zondag. 

Opruimen. En afronden. 

We lopen naar de grafheuvel en Maria geeft mij een drum. Wat heerlijk om contact te maken met het ritme van de hartslag van de plek, ‘genius loci’. De drum werkt door in mij. En ook Odar drumt mee met een haarscherp ritmegevoel. 

Driekus gaat bovenop de berg zitten en zingt zijn lied. Magisch hoe hij opnieuw markeert wat belangrijk is. 

Nog even naar het strandje en tegen de wind in zingen en drummen. Dan is het klaar. Vos is onrustig. Hij moet nog stoken. Er kunnen fruitvliegen in het pruimenvat zitten. En de kinderen komen zo. Bovendien heeft hij niet zoveel met drummen, maar uit respect voor ons laat hij dat voor zich. 

Een laatste groet. Een laatste ‘boks’. Odar gaat naar bed. En zo bliezen we het verhaaltje uit. 

PS – Maar dat de plek energetisch, emotioneel, fysiek en mystiek weer verder tot leven is gekomen, dat is zeker geen sprookje  

PS2: In dit weekend en de opstelling heb ik opnieuw de waarde en kracht ervaren van het ons weer verbinden met een plek en haar Genius Loci of Spirit. De beweging maken van analytisch naar fenomenologisch waarnemen en voelen, met alle zintuigen open. Je openen voor plek als het geheel van wind, water, ruisende bomen, flora en fauna, (speel-)ruimte, wildheid, gelaagdheid in bodem en historie, energie en aura, huis en bewoners, vroeger en nu… Met in al die gelaagdheid zoveel ervaring van leven en dood, van de eeuwige beweging van het leven om te willen leven, helen, verbinden. Altijd weer. 

Een ook voor mij persoonlijk helende ervaring.

Lisette