De sociale textuur van Schouwen-Duiveland – Ria Geluk (75) blijft breien

Alsof ik een bolletje wol ben, waar misschien wel mee te breien valt. Zo voelde het om in gesprek te zijn met Ria Geluk. Hoedster van Schouwen[1]. Een vrouw die een rol speelde bij zo goed als alle sociale structuren die op Schouwen-Duiveland zijn ontstaan. Een vrouw die zich zorgen maakt. Over het structurele gebrek aan samenwerking op het eiland. Over de huidige onder-georganiseerdheid op Schouwen-Duiveland en over de toekomst van het eiland, nu dat in sommige toekomstvisies op Nederland (Plan B) van de kaart verdwenen blijkt, om de zee meer ruimte te geven. 

Zomaar opgeven, rijmt niet echt met hoe Ria in het leven staat 

Moeten de VVV’s in Zeeland sluiten, omdat fusie-organisatie VVV-Zeeland failliet is gegaan? Ria is alweer bezig met haar eigen Plan B, en probeert te zorgen dat in Zierikzee en Renesse de VVV’s weer opengaan. Ze werd recent lid van de werkgroep Ringdorp Dreischor, om te zorgen dat mensen het prachtige dorpje Dreischor weer weten te vinden. En dat ze dan een bezoekje brengen aan landbouwmuseum Goemansdorp in Dreischor (waar ze oud-bestuurder van is en nu nog suppoost). Wat ik overigens van harte aan kan raden (als het weer open gaat), want ik vind dit misschien wel het leukste museum van Nederland. 

Geluk staat vooral bekend als de vrouw die het Watersnoodmuseum op de kaart zette. Maar in ons gesprek hoor ik dat ze bij alle zeven musea op het eiland wel betrokken was (en nee; die kende ik niet allemaal). Ze zet zich momenteel vooral in voor erfgoedkwesties, zoals de Napoleonschuur en de karakteristieke cichorei-fabriek aan de N59. Maar vergeet de dertig (of meer) andere initiatieven niet waar ze ook mee bezig is, of al jaren onderdeel van vormt. 

Bij ons in de boomgaard

Zelf kende ik haar niet, totdat ik haar tegenkwam in het Zeeuws Vernieuwerslab. Daarin riep ze enigszins vertwijfeld; zijn hier eigenlijk wel mensen van Schouwen? Mij kende ze uiteraard niet, al had ik achteraf moeten zeggen dat ik de partner ben van Vos Broekema, dan had ze het wel geweten. Vorige zomer liep ze nog bij ons door de boomgaard, tijdens Kunstschouw 2019, waar Vos met een expositie aan meedeed. Ze houdt alles wat er op Schouwen-Duiveland gebeurt goed in de gaten. Zo ook de recente actie van Vos om de bergen aangespoeld plastic granulaat in de Oosterschelde op te ruimen met hulp van grote stofzuigers. “Mooie actie Vos. Goed ook dat er onderzoek komt”. Zegt ze als Vos even binnenkomt lopen. 

Actie. Daar houdt Ria van. 

Wat doe jij dan zoal, was uiteraard een van de vragen van Ria aan mij, waarna de parallellen voelbaar werden. Maar ook de verschillen. Ria heeft zichzelf dit leven minstens tien keer opnieuw uitgevonden en ze zit in (ruwe schatting) zo’n 20 commissies. Ze bestierde 20 jaar het meest beroemde café van Zierikzee, de Suikerbiet, waar ook mijn schoonvader vaak kwam. Werd vervolgens boer. Maar werkte ook lang als ‘vormingswerker’. Een term die ik niet kende, maar die kennelijk in zwang was vanaf de wederopbouw, toen hele wijken uit de grond gestampt werden. 

Een vormingswerker was iemand die een wijk op eigenzinnige manier tot leven bracht, door een soort oliemannetje (of vrouwtje) te zijn rond alle ideeën die er speelde over activiteiten in de wijk. Veel mensen willen wel iets, maar weten niet waar te beginnen. Een vormingswerker brengt mensen bij elkaar, zorgt dat er geld komt en tijd en ruimte. Zo blijft het niet bij plannenmakerij, maar ontstaat er al snel echt actie. 

Oude wijn? 

Het intrigeert me mateloos. Vormingswerk lijkt erg op wat er nu nodig is in de duurzame transitie op wijk- (en gebieds-)niveau. Waarom heb ik niemand daar eerder over gehoord? Waarschijnlijk omdat het gezien wordt als een gedateerd verschijnsel, wegbezuinigd, en bovendien een fenomeen uit de hoek van welzijnswerk. 

Ik moet denken aan het ‘webbers’ fenomeen waar ik recent op gewezen werd. Uit de koker van Annemieke Roobeek, Nyenrode[2]. Oude wijn in nieuwe vaten? 

“De webber is inhoudelijk en relationeel sterk, en doelgericht bezig om gezamenlijke resultaten te halen in een ecosysteem. Zo kan collectieve intelligentie aangeboord worden die de betrokken partijen op een hoger plan laat denken, acteren en handelen.”

Stuk moeilijkere taal dan Ria zou hanteren, maar het gaat (volgens mij) over hetzelfde. Een gedreven mens, die allerlei andere mensen met elkaar in verbinding brengt richting een gezamenlijk resultaat. Grappig. 

Breien is geen luxe 

Eigenlijk nogal evident. In een geheel nieuwe situatie, zoals de nieuwbouwwijken waren in de wederopbouwperiode, is het breien van sociale structuren om met elkaar dingen te bereiken en te verzorgen (voldoende voedsel, speelgelegenheid voor kinderen, passend onderwijs, kinderopvang, etc.), cruciaal.  

Met de geheel nieuwe situatie dat heel Nederland drastisch moet verduurzamen, en ondertussen eerlijk moet blijven en inclusief, is net zo’n breiwerk nodig. 

Soms kunnen dingen zo simpel zijn 

Wat ik ons dus ook gun in 2021: laten we net als Ria actief sociale structuren breien voor dat waar we persoonlijk om geven. Óf onszelf actief inzetbaar maken als ‘bolletje wol’. Zo kunnen we met elkaar behouden en realiseren wat voor ons en onze dierbaren belangrijk is.   

Ik ben benieuwd waar ik hier lokaal als bolletje wol voor wordt ingezet dit jaar (óf waar ik zelf de breipen oppak). En misschien dat ik de vele ‘ecosystemen’ die ik heb gebouwd en begeleid in het kader van mijn werk voor MVI, IenW (mobiliteitstransitie in het Waddengebied) en de Club van Rome, gewoon maar vormingswerk ga noemen 🙂

Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan.  


[1] Ria Geluk werd meermaals verkozen tot meest invloedrijke persoon van Schouwen-Duiveland. Uit mijn gesprek met haar maak ik op dat ze alleen dit jaar al zo’n tien nieuwe initiatieven ontplooide, op de meest diverse terreinen.  

[2] https://www.managementimpact.nl/artikel/annemieke-roobeek-vergroot-innovatiekracht-in-een-ecosysteem/ – Roobeek heeft het wel vooral over ‘ecosystemen’ van organisaties; en niet van individuen of huishoudens, in relatie tot professionele actoren in een wijk.  

‘Gaan staan’​ voor waar je omgeeft: dat gun ik ons allemaal

Barbara Oomen op de koffie – hoogleraar met een twist 

Stel: je hebt achter de schermen alles beïnvloed wat je kon beïnvloeden in Zeeland, rond de dossiers die jij belangrijk vindt. Er is een gerenommeerd University College gekomen in Middelburg met onderwijs en onderzoek waar je in gelooft. Je hebt gezorgd dat meer vrouwen de Zeeuwse besturen en politiek ingaan. Je hebt meeonderhandeld over de Marinierskazerne en de compensatie voor het uitblijven daarvan. Je zette je in voor de Regionale Energiestrategie van Zeeland. Vergrootte bewustzijn van de energietransitie onder jongeren. En zorgde dat er een motie in de Tweede Kamer kwam om de tolheffing af te schaffen. Omdat tol betalen om bij je dochter op ziekenbezoek te gaan of een nieuw paspoort te halen, oprecht oneerlijk is. 

Stel je doet dat alles. En komt dan nog steeds tot de conclusie: het is niet genoeg. 

Zeeland is aan het wegdrijven. 

Deze provincie wordt eerder minder krachtig, dan krachtiger, gegeven alle uitdagingen die op haar afkomen. 

Verdroging, verzilting, toename van toerisme – wat de balans tussen ecologie en economie op de Zeeuwse eilanden verder onder druk zet, afname van de beroepsbevolking, tekorten in de zorg, tekorten als het gaat om goede en voldoende bestuurders en vrijwilligers van allerlei verenigingen, afname van publieke voorzieningen zoals bibliotheken en buurthuizen, minder openbaar vervoer, groeiende tekorten aan sociale huurwoningen en toename van verhuur van vakantiewoningen, wat dorpen steeds kwetsbaarder maakt buiten het toeristisch seizoen. 

Het is nogal wat. 

En dan is Zeeland ook nog eens de armste provincie van Nederland[1]. En bestuurlijk zo weinig slagkrachtig – en ook zo bescheiden – dat het moeite heeft om de neerwaartse financiële spiraal te doen keren. 

Wat doe je dan? 

Barbara Oomen (hoogleraar mensenrechten te Middelburg) kon maar tot één conclusie komen. Ze besloot tot haar politieke ‘coming out’. Ze intensiveerde haar enigszins slapende PvdA lidmaatschap en startte het pad naar een positie op de landelijke kieslijst. Ze staat op plek 21. Geen zekere plek. Maar met voorkeursstemmen hoopt ze er te komen. 

Mijn stem heeft ze. 

Ik sprak Barbara vorige week, bij ons aan de keukentafel.  We ontmoetten elkaar virtueel in het Zeeuws Vernieuwerslab. Ze belichaamt voor mij wat het betekent om volledig ‘congruent’ te zijn. Ze is wat ze vertelt. Alles wat ze deelt, komt binnen. Niet vanwege de zwaarte of de dramatiek. Maar omdat ik voel dat zij voelt, dat het menens is voor Zeeland. Op al bovenstaande uitdagingen. En dat het niet langer oké is om erop te vertrouwen dat anderen dan wel gaan staan voor wat er echt moet gebeuren (betere bereikbaarheid in heel Zeeland, natuur-inclusieve landbouw en vrije toegang door de Westerscheldetunnel) en waar we juist met onze tengels vanaf moeten blijven (kwetsbare natuur, sociale huurwoningen). 

Geen fan van politieke partijen 

Volgens mij heb ik nog nooit PvdA gestemd. Ik houd eigenlijk ook niet van politieke partijen. Omdat ze voor mijn gevoel eerder ‘verdelen’ dan ‘verenigen’, terwijl ik juist denk dat dit laatste nodig is. Daar is Barbara het mee eens. Ook zij zoekt voortdurend naar de gemeenschappelijke grond. Wat willen we allemaal? En smeedt dan bondjes met partijen waar haar politieke collega’s liever niet mee gezien worden. 

Het gaat om de opgaves. Die zo groot zijn. Daar moeten we voor gaan staan. En daarbij is alle talent nodig. 

En jij dan? 

Moet jij niet de politiek in, vraagt Barbara? De lokale politiek. Daar gebeurt zoveel meer dan je denkt. Ze hebben mensen nodig zoals jij. Die de juiste vragen stellen. Uitzoeken hoe het precies zit en die met een alternatief plan komen, waarin ecologie en economie elkaar vinden. Dat laatste zei ze allemaal niet letterlijk, maar dat denk ik er nu ter plekke bij. Nu ik al typende aan het filosoferen ben. 

Ik zie het mezelf nog niet doen. 

Coulissen of spotlight? 

Ik ben meer iemand voor achter de schermen. Net als Barbara lange tijd was. Maar wie weet. De wereld verandert zo snel. En ook ik sta niet stil. Misschien verschuil ik me in 2021 niet langer achter de coulissen, om zinvolle aanwijzingen te geven, maar stap ik zelf meer in de spotlights. Met een eerlijk verhaal over wat me raakt aan wat ik zie gebeuren in Zeeland. Wat ik wil beschermen. En waar ik me voor wil inzetten. 

Gisteren was ik helemaal in tranen. Een van de kinderen liet me een filmpje zien van een Orang-oetang die met zijn laatste krachten tegen de graafmachine vocht die de bomen van zijn leefgebied om ver trok. Ik hield het niet meer. Was helemaal van slag, terwijl mijn hoofd argumenten verzon om me te kalmeren.  

Beetje melodramatisch. En een Orang-Oetan heb ik hier in Zeeland nog nooit gezien. Toch voel ik oprecht: zo ver moet het hier nooit komen. De schoonheid van Zeeland, van Nederland. Van deze aarde. Die is het waard om voor te gaan staan. Me groot voor te maken en al mijn talenten voor in te zetten. 

We zullen zien wat 2021 brengt. Maar als ik één ding zeker weet; ik ga vol overgave de grenzen van mijn groei oprekken en me inzetten voor wat mij dierbaar is.  


[1] De Rijkste Provincie van Nederland, Gelderland, is bijna 34 keer zo vermogend als Zeeland. Dit heeft te maken met de verkoop van energiebedrijven aan buitenlandse spelers, waar Zeeland niet van mee profiteerde. 

Ontmoeting met de ‘Genius Loci’

Een onderzoek. Een samenzijn. Een onderzoekend samenzijn. Wie komen er allemaal? En wat gaan we doen? Samen zijn. Op deze plek. En kijken waar we nieuwsgierig naar zijn. Op onderzoek. Een ‘deep mapping’ exercitie. Met deelnemers van de ‘Root to Rise kerngroep’.  

Wat heeft deze plek te vertellen? Wat wil in ontwikkeling komen? Hoe kunnen we deze plek nog meer tot leven brengen? 

De stroom der dingen…

Woensdagochtend. Ik laat Judith weten dat we de catering zelf zullen doen. De een na de ander haakt af. Tegelijkertijd laten Lisette, Maria en Ester weten: wij komen gewoon. Mijn gevoel was al langere tijd: zij die komen zijn de juiste mensen. De knoop in mijn maag heeft te maken met het financiële plaatje van de catering. Judith reageert super. Het komt wel een andere keer. Don’t worry.

Vrijdagochtend haal ik zelf de boodschappen. Voor zo’n klein clubje is dat goed te doen. Rond drie uur arriveren Lisette, Maria en Ester. We eten bolustaart en maken een grote ronde over het terrein. Tentjes opzetten. Het eten voorbereiden en zwemmen. Odar eet heel veel ‘kaassss’ en gaat dan slapen. Redmar slaapt ook snel.

Rond 19 uur een check-in. Wat is onze behoefte? Waar willen we mee aan de slag? 

Een ‘plantagrond’ maken. Stem geven aan de vogels. 

De verlangens zijn divers maar wel gerelateerd. We besluiten met twee vragen de nacht in te gaan: 

  1. Waar wil je stem aan geven? 
  2. En: welke opdracht wil je krijgen? 

Waar waait de wind heen?

De volgende ochtend horen we meer. Over het oordeel over en het eren van Martine’s buik. Over het verlangen om een stem te geven aan toekomstige generaties. En over het diepe besef dat land en water een is. Zoiets wat je wel weet. Maar wat niet zo makkelijk te voelen is.

Ester verhaalt juist over de grenzen die overal zijn op het terrein en die een rol spelen, maar die ook in elkaar overlopen. 

Blurring boundaries. Zo voelt Ester.

Dissolving boundaries. Komt bij Martine op.

Lisette over haar worsteling met de vraag: ‘mag ík er zijn’? Mag ik híer zijn? Die drie bramen die ik pakte vanochtend. Mag ik die opeten, of zijn die voor de vogels, zoals de buurman deed denken? 

Ineens barst het los. De hemel breekt open en we rennen naar binnen. Koffie en thee. Toch maar binnen een opstelling doen? Vos wil aan de slag. Waarom nog een opstelling en niet gewoon iets doen?  

De buienradar-app laat een ‘spike’ zien. Super intens, maar zo over. En dan is de zon er alweer. We gaan naar buiten en zijn Vos kwijt. Hij is in de boomgaard. 

Is dat de juiste plek voor een opstelling? We lopen er heen en Vos kiest voor de open plek dichtbij de heuvel, die zo verscholen ligt in het bosje. Laten we het hier doen. 

‘Genius Loci’ van het Land van Odar

Ester representeert de ‘genius loci’ van de plek en is verbaasd: wat een ‘power’, wat voel ik veel. ‘Er gebeurt van alles in mij.’ Vos en ik staan voor onszelf en staan in eerste instantie uit elkaar. Klopt dat? Die afstand? Maria representeert met Redmar op haar buik ‘de fysieke plek’. Ze staat achter ‘genius loci’. Een beetje verscholen. Klopt dat? Zou ze er niet voor moeten staan? Waarom staat ze daar? Ineens beweegt ze weg. Waar staat Redmar voor? Representeert hij ook ‘de dood’? Redmar wordt in zijn wiegje gelegd. Te slapen. Is dat wat nodig is? Het verleden hoeft niet opgerakeld, maar mag rusten. Het wil wel geëerd worden. 

Genius Loci geeft aan mij aan dat ik meer contact mag maken met mijn schaduwkanten, met de donkerte in mij. Het emotioneert me. Ik voel een verlangen dichterbij Vos te staan. Ik kijk hem aan. Maar dat is niet de juiste beweging. Ik wil met hem naar voren kijken, naar de genius loci. Wat voelt dat goed. Het is zo evident dat wij elkaar aanvullen. Via Vos kan ik makkelijker contact maken met mijn schaduwkant. Het duister, de donkerte. En hij voelt via mij hoezeer hij er mag zijn. Een twee eenheid. De tranen stromen over mijn wangen. Dit is contact. Dit is gelijk en waardig. Genius loci voelt vanuit de verbinding met ons een verlangen om te rusten. Ze gaat liggen op de grond. Fysieke plek pakt een tak en markeert de rustplaats. Driekus gaat naast ‘genius loci’ liggen. Dit voelt goed. En het is zo evident waar dit over gaat. Een grafmonument. Die heuvel in het landschap waarvan ik al langer voelde dat ik daar iets mee wilde. Ik had de heuvel al vrijgemaakt, maar deze was weer volledig overwoekert. 

Met blote handen

Het is niet de bedoeling om op te rakelen of op te graven, aldus ‘genius loci’. Maar wel om die plek te eren. Daar ga ik mee aan de slag en Vos helpt mee. 

Later zegt Obis doodleuk, als ik hem meeneem naar de heuvel: ‘dit is de energiebron’ van deze plek. Van hieruit lopen energiebanen naar alle verschillende plekken van dit terrein. 

Maria had al de associatie met een octopus. Die ook vorig jaar al een rol speelde in de Raad van de Zeewezens. Gemaakt door Mans (broer van Vos). Ester met het beeldje van ‘Shiva’, dat staat voor ‘open bewustzijn’, ‘de grond van het bestaan’, met dansende (shakti= levenskracht) armen die zich allerlei kanten uitstrekken. 

Die middag gaan de handen uit de mouwen. Vos met de bosmaaier. Ik met blote handen. W verwijderen de brandnetels. Kruiwagens vol. Twee bomen gaan met de kettingzaag tegen de vlakte. Op de open plek die ontstaat kan de compost verteren. Schoffelen, harken. De paadjes vrij maken en met boomstammen markeren. Heerlijk om zo te keer te gaan en die gekke heuvel te markeren. Te eren. 

Maria verlangt ondertussen naar het strandje. Daar wil ze aan de slag met een beeld dat ze binnen kreeg. Wortels vanuit het water, naar het land. Een totem? Zelf er middenin liggen. Ze neemt een deel van de takken mee die ik wegsnoei bij het grafmonument en legt ze in het water. Ontstaat er zo een verbinding tussen beide plekken? Ester tekent een landkaart in het slib. Oh wat stinken de dames, maar wat glad wordt hun huid. Als ik rond 17.30 afsluit komen zij net kijken bij de heuvel. 

Ook Lisette sluit aan. Haar behoefte om even alleen te zijn bracht haar deze middag naar de Oosterschelde-dijk. Heerlijk om tegen de stormachtige wind in te lopen en die door zich heen te laten blazen. In een luwe oksel van de dijk ontstond een gesprek met wind en water, troostrijke ‘woorden’ over meebewegen met de stroom van verandering, geen verzet maar overgave; vertrouwen in dat het leven je brengt waar je moet zijn.

Wat is fysiek aan de slag zijn toch heerlijk. Tijd om te zwemmen, thee te drinken, het eten voor te bereiden. Lisette roert in een grote heksenpan die we boven het vuur hangen. Odar gaat naar bed. Redmar slaapt. En wij genieten van een heerlijke stoofschotel en delen 21 dingen waar we dankbaar voor zijn. Vos praat er dwars doorheen, maar dat is goed. Het klopt. 

Dat ‘langzame, zweverige gedoe’, zal hij later zeggen. Met een glimlach. Want het is wel duidelijk dat wat zich die dag toonde, ook hem raakte. 

Met een theetje aan de keukentafel vragen Ester en Lisette zich af: gaan we de wind trotseren? Duiken we onze tent in? Even twijfelen ze. Maar het antwoord is ja. De wind speelde zo’n wezenlijke rol de hele dag. Daar valt niet tegen te vechten. Die moet je omarmen. Het is een ‘wind of change’. De wind die de herfst aankondigt. En dat laat je niet onaangeraakt. 

Als we beide dames treffen bij het ontbijt de volgende ochtend, blijken ze heerlijk te hebben geslapen, terwijl de wind steeds harder te keer gaat. Het kan hen niet deren. Ester zwemt zelfs nog eens in de Oosterschelde. 

Verder wil er niet veel meer die zondag. 

Opruimen. En afronden. 

We lopen naar de grafheuvel en Maria geeft mij een drum. Wat heerlijk om contact te maken met het ritme van de hartslag van de plek, ‘genius loci’. De drum werkt door in mij. En ook Odar drumt mee met een haarscherp ritmegevoel. 

Driekus gaat bovenop de berg zitten en zingt zijn lied. Magisch hoe hij opnieuw markeert wat belangrijk is. 

Nog even naar het strandje en tegen de wind in zingen en drummen. Dan is het klaar. Vos is onrustig. Hij moet nog stoken. Er kunnen fruitvliegen in het pruimenvat zitten. En de kinderen komen zo. Bovendien heeft hij niet zoveel met drummen, maar uit respect voor ons laat hij dat voor zich. 

Een laatste groet. Een laatste ‘boks’. Odar gaat naar bed. En zo bliezen we het verhaaltje uit. 

PS – Maar dat de plek energetisch, emotioneel, fysiek en mystiek weer verder tot leven is gekomen, dat is zeker geen sprookje  

PS2: In dit weekend en de opstelling heb ik opnieuw de waarde en kracht ervaren van het ons weer verbinden met een plek en haar Genius Loci of Spirit. De beweging maken van analytisch naar fenomenologisch waarnemen en voelen, met alle zintuigen open. Je openen voor plek als het geheel van wind, water, ruisende bomen, flora en fauna, (speel-)ruimte, wildheid, gelaagdheid in bodem en historie, energie en aura, huis en bewoners, vroeger en nu… Met in al die gelaagdheid zoveel ervaring van leven en dood, van de eeuwige beweging van het leven om te willen leven, helen, verbinden. Altijd weer. 

Een ook voor mij persoonlijk helende ervaring.

Lisette

Fladder, fladder, flater

vlinders

Wat eet een vlinder? Nee, dit is geen strikvraag. Ik wist het eigenlijk echt niet. Bloemen. Daar gaan ze op af toch? Dat is waar je voor moet zorgen in je tuin. Vlinderstruiken met heel veel roze bloempjes. In mijn hoofd vertaalt zich dit naar stuifmeel.

Maar waarom zitten onze peren- en appelbomen dan helemaal vol met vlinders? Atalantas om precies te zijn.

Vanwege de nectar, ‘stupid’. Vos helpt me uit mijn droom. Daarom hebben vlinders zo’n lange roltong. Daar slurpen ze de nectar mee uit de bloem. Of uit de rijpe peren die op de grond liggen te verteren.

Rodger, that. Nooit te oud om te leren.

Odar en ik genieten ervan.

Koetje, boe

Koeienliefde

Ritsel, de ritsel… wie komen daar aan. Vijf lieve koeien. Zie ze eens gaan.

Wat was Zorra blij. De dag dat de koeien er weer waren. Een ook Vos kon zijn geluk niet onder stoelen of banken schuiven.

Grappig, dat we in een jaar al zo gehecht zijn geraakt aan die lompe, vriendelijke terreingenoten.

Verdrietig, dat we dit jaar ongewild het noodlot veroorzaakten voor een van die vijf hobbelende schuiten.

Harde lessen

Koetje boe. Dat moeten Driekus en Google ook gedacht hebben. De dag nadat de koeien van boer Van Ast zich hadden geïnstalleerd op hun vertrouwde plekje – de inlaag rond ons huis – geschiedde een drama.

Met een kinderwagen en twee honden toog ik richting dijk, nog niet ingesteld op het feit dat de honden aan de lijn moeten, nu de koeien terug zijn.

De ene koe die we zagen staan, links naast het hek, na het tweede wildrooster, leek alleen, maar was dat niet. Toen Google en Driekus dichterbij kwamen ontwaarden ze ineens vijf koeien op een schuin stuk langs de weg. En dat was schrikken.

Door het felle geblaf van jut en jul, sloeg de hele kudde op hol. En dat bleek fataal voor het prachtige witte kalf, Art-Deco.

Hij moet zich hebben verstapt, want toen ik met de hele meute terug kwam zich ik Art-Deco op het pad staan. Zijn achterbeen zwiepte alle kanten op. Gebroken. Een en een is twee. Dit hadden wij op ons geweten.

Een onfortuinlijk ongeval, waar ik en de hondjes, zeer vermoedelijk ons aandeel in hadden. Dat valt niet te ontkennen. Ook al viel het niet zeker te weten.

Een knoop in mijn maag. Toch maar snel de buren contacten. ‘Heeft iemand het nummer van boer van Ast?’ Buurman Bram belt zelf.

Boer van Ast komt kijken en moet constateren dat Art Deco niet meer te redden is. Een breuk in het onderbeen had nog kunnen helen, maar in het bovenbeen blijkt voor koeien fataal. Weer wat geleerd. Bij paarden zou het ook einde oefening zijn.

Hem lokaal een spuitje geven blijkt zonde. Dan kan het vlees geen bestemming meer krijgen. En dus wordt Art Deco met een tractor uit de inlaag opgehaald en naar de slacht gebracht. Buurvrouw Audrey – die het hele jaar door koeien schildert en ‘verknocht is aan die beestjes’ – is er kapot van. En dat zonder verdoving? Ze kan het niet geloven.

Later begrijp ik van boer van Ast dat het vlees bij hen in de vriezer ligt. Voor vlees van een “onverwachte slachting” zijn nooit klanten, geeft van Ast aan. Dat wordt allemaal vooraf besteld en moet precies conform de bestelling worden geleverd.

Diepere verbinding

Door dit nare voorval voel ik een verbinding met een boer die ik daarvoor niet kende. En is een koe voor altijd in mijn hart gesloten. Ook weet ik iets meer over de economische en sociale realiteit van deze bijzondere vleeskoeien.

Wat fijn dat ze een deel van hun leven door ons natuurgebied mogen banjeren, om daarmee de grond te bewerken en vruchtbaar te houden. Dat vergroot ongetwijfeld hun kwaliteit van leven. Ze mogen gaan en staan waar ze willen op een groot gebied. Ze zijn altijd samen en steunen elkaar als er eentje pijn heeft.

Toch hebben ze geen autonomie over hun eigen leven. Ze worden geboren en sterven als wij dat willen.

Ik leer ook dat Van Ast een boer is die van zijn koeien houdt.

“Dat hebben we niet altijd, maar dit kalf was wel echt bijzonder, dat zei iedereen die hem zag en zo voelden wij het ook”.

En later nog, zegt de boer voor hij wegrijdt: “Jullie zullen wel even last krijgen”. Mama zal haar kalf wel gaan missen en dat duidelijk laten horen.

Koetje, boe. We zijn er allemaal verdrietig van en gaan om beurten even richting het pad, om mama koe een hart onder de riem te steken en zelf een traantje weg te pikken.

Enkele weken later breekt ook het andere kalf – Kobus – zijn achterbeen. Gelukkig overleeft hij het wel. We zouden hem niet willen missen.

Hittegolf? Neem 32 zonnepanelen veldopstelling

Goede timing! De vergunning hadden we al bijna een jaar, maar de leverancier was nog wat lastig te vinden.

Edoch, ineens stond Alwin Sixma van Solar Circle voor de deur en voor we het wisten was er weer een project gerealiseerd (nou ja, bijna dan – Vos moet nog even de kabels ingraven).

Maar liefst 32 zonnepanelen in veldopstelling. Met een onderstel van Terra Techs, dat bekend is omdat het makkelijk in de grond te schroeven is, en daarmee makkelijk te hergebruiken. En ook nog bodemvriendelijker dan betonplaten. Een circulaire, bodemvriendelijke zonne-installatie.

Toen de eerste spades in de grond gingen en de eerste panelen erop lagen, keerde mijn maag zich wel even. Oeps. Dit is nog best een grote installatie! Dit heeft wel impact op dat mooie landschap waar we allemaal zo verliefd op zijn!

Ik was dan ook wel nieuwsgierig wat de buren zouden vinden van deze goed bedoelde, duurzame vernieuwing.

“Logisch dat jullie het daar doen… dat is de beste plek, zo aan de rand van het natuurgebied. En zo goed zie je het helemaal niet”. Aldus onze nuchtere buurman Rob.

Tja. Waar maak ik me soms ook druk over … 🙂 Dit was gewoon een goed idee!

Referentie:

http://www.terratechs.nl

Solar Circle

Vlierbloesem siroop gaat hard

Als ik terug zoek op mijn telefoon dan blijkt: het was 7 juni dat ik een fotootje stuurde naar mijn schoonfamilie met de vraag: wat denk je dat dit is?

Vijf flessen vlierbloesem siroop. Van een klein half uurtje plukken in de boomgaard en de voortuin.

Overal staan de vlierbloesems wel.

Toen ik een tweede lading wilde maken een paar dagen geleden, was ik te laat. Nu waren ze toch echt uitgebloeid.

En dat is jammer, want met dit warme weer is er niks lekkerder dan vlierbloesem siroop, met een flinke scheut zelf gemaakte spa!

Hmm. jammie. Volgend jaar iets beter m’n best doen met het plukken!

Ons wormenhotel ‘leeft’ weer

Zorra is van ‘de beestjes’, ik kan niet goed tegen eten weggooien, en Vos houdt van hele vruchtbare aarde voor zijn plantjes. We vinden elkaar in een verlangen dat ons wormenhotel goed functioneert. De laatste paar maanden werd dit hotel (van drie à vier verdiepingen) steeds verder overgenomen door de mieren. Totdat er geen enkele worm meer ingecheckt was. Ze hadden allemaal de spreekwoordelijke oversteek gemaakt, naar onbekende bestemming (de wormenhemel?).

Dankzij een bestelling op balkonton.nl arriveerden er een hele hoop nieuwe wormen. Het leken wel mieren, zo buitelden ze over elkaar heen. Tijd om het hotel op te schonen. De vruchtbare aarde ging in een krat en dat krat zetten Zorra en ik achterop mijn bagagedrager. Op naar de boomgaard, waar Vos speciale plantjes aan het kweken is. Oh wat was hij blij met ons – volop levende – cadeau.

We vulden de wormenbak met vers groenafval en een restje Bolustaart (zouden ze dat ook lekker vinden?). En deden er weer eens karton bij, dat was ik al een paar jaar vergeten te doen en schijnt nogal belangrijk. Daarna voegden we extra veel koffieprut toe, omdat mieren daar schijnbaar niet zo van houden en dan vanzelf uitchecken.

Klaar is kees. Morgen weer even checken of de nieuwe wormen het nog naar hun zin hebben. Ze hoeven niet eens te piepen of ze krijgen al vers eten, dus ik kan me geen klachten voorstellen.

Margrieten en kluutjes

Het is gek, de combinaties die we in ons hoofd maken. De verhalen die ontstaan. Het een heeft ogenschijnlijk niks met het ander te maken. Edoch.

Vanaf het moment dat de margrieten er staan, zijn de kluutjes er ook. Het viel me ineens op.

Margrieten heten in het Engels trouwens ‘ox eye daisy’. Toepasselijk, want koeien (en net zo goed paarden) eten margrieten op voordat ze aan het gras beginnen (van de site ‘Wildpluk Woensdag’). Ook in het Nederlands heet de margriet soms koeienoog, ossenoog of paardenoog.

Een paard staat er al lang niet meer in de inlaag. En de koeien (van Vleesboerderij Boot?) zijn er weer, maar die staan vooralsnog aan de andere kant van ons huis. Nabij de viswinkel. Of ze de margrieten in de wei al opgesnoept hebben, dat durf ik niet te zeggen.

Langs het pad richting Oosterschelde staan ze in ieder geval nog. Bijna uitgebloeid. De kleine kluutjes ondertussen bijna groot.

Gelukkig maar dat het vandaag zo hard regende dat de inlaag net op tijd weer vol water stond.

Fluitekruid: ik ga je missen!

fluitekruid

Je bent nog niet weg, maar ik zie het.

Het begin van het einde is in zicht. En dat vind ik verdrietig. Bijna uitgebloeid.

Volgens Vos stond er vorig jaar ook fluitekruid. Maar ik kan me dat helemaal niet herinneren. Dit jaar kan ik er niet omheen. Ik ruik het. Zie het. En geniet ervan.

Mijn paard Ecco krijgt het door zijn voer. En als we het onderweg tegenkomen, smikkelt de boef er lekker van.

Met Ecco door het krekengebied van Ouwerkerk (aan de overkant het Watersnoodmuseum)

Ik heb er zelf nog niks mee gedaan. Geen fluitje van zijn holle stengel gemaakt. Geen thee van gezet. Maar wel ‘ordinair’ van genoten.

Lief fluitekruid. Kom je volgend jaar weer terug? Dat zou ik leuk vinden.