Ons wormenhotel ‘leeft’ weer

Zorra is van ‘de beestjes’, ik kan niet goed tegen eten weggooien, en Vos houdt van hele vruchtbare aarde voor zijn plantjes. We vinden elkaar in een verlangen dat ons wormenhotel goed functioneert. De laatste paar maanden werd dit hotel (van drie à vier verdiepingen) steeds verder overgenomen door de mieren. Totdat er geen enkele worm meer ingecheckt was. Ze hadden allemaal de spreekwoordelijke oversteek gemaakt, naar onbekende bestemming (de wormenhemel?).

Dankzij een bestelling op balkonton.nl arriveerden er een hele hoop nieuwe wormen. Het leken wel mieren, zo buitelden ze over elkaar heen. Tijd om het hotel op te schonen. De vruchtbare aarde ging in een krat en dat krat zetten Zorra en ik achterop mijn bagagedrager. Op naar de boomgaard, waar Vos speciale plantjes aan het kweken is. Oh wat was hij blij met ons – volop levende – cadeau.

We vulden de wormenbak met vers groenafval en een restje Bolustaart (zouden ze dat ook lekker vinden?). En deden er weer eens karton bij, dat was ik al een paar jaar vergeten te doen en schijnt nogal belangrijk. Daarna voegden we extra veel koffieprut toe, omdat mieren daar schijnbaar niet zo van houden en dan vanzelf uitchecken.

Klaar is kees. Morgen weer even checken of de nieuwe wormen het nog naar hun zin hebben. Ze hoeven niet eens te piepen of ze krijgen al vers eten, dus ik kan me geen klachten voorstellen.

Margrieten en kluutjes

Het is gek, de combinaties die we in ons hoofd maken. De verhalen die ontstaan. Het een heeft ogenschijnlijk niks met het ander te maken. Edoch.

Vanaf het moment dat de margrieten er staan, zijn de kluutjes er ook. Het viel me ineens op.

Margrieten heten in het Engels trouwens ‘ox eye daisy’. Toepasselijk, want koeien (en net zo goed paarden) eten margrieten op voordat ze aan het gras beginnen (van de site ‘Wildpluk Woensdag’). Ook in het Nederlands heet de margriet soms koeienoog, ossenoog of paardenoog.

Een paard staat er al lang niet meer in de inlaag. En de koeien (van Vleesboerderij Boot?) zijn er weer, maar die staan vooralsnog aan de andere kant van ons huis. Nabij de viswinkel. Of ze de margrieten in de wei al opgesnoept hebben, dat durf ik niet te zeggen.

Langs het pad richting Oosterschelde staan ze in ieder geval nog. Bijna uitgebloeid. De kleine kluutjes ondertussen bijna groot.

Gelukkig maar dat het vandaag zo hard regende dat de inlaag net op tijd weer vol water stond.

Fluitekruid: ik ga je missen!

fluitekruid

Je bent nog niet weg, maar ik zie het.

Het begin van het einde is in zicht. En dat vind ik verdrietig. Bijna uitgebloeid.

Volgens Vos stond er vorig jaar ook fluitekruid. Maar ik kan me dat helemaal niet herinneren. Dit jaar kan ik er niet omheen. Ik ruik het. Zie het. En geniet ervan.

Mijn paard Ecco krijgt het door zijn voer. En als we het onderweg tegenkomen, smikkelt de boef er lekker van.

Met Ecco door het krekengebied van Ouwerkerk (aan de overkant het Watersnoodmuseum)

Ik heb er zelf nog niks mee gedaan. Geen fluitje van zijn holle stengel gemaakt. Geen thee van gezet. Maar wel ‘ordinair’ van genoten.

Lief fluitekruid. Kom je volgend jaar weer terug? Dat zou ik leuk vinden.

Stormpje

stormpje

Gek. Bij zo’n storm als Ciara verwacht je van alles. Maar deze storm had geen naam. En was er ook nauwelijks. De verrassing was dan ook groot toen ik vanochtend langs het Vredig Veldje liep.

Hè?

Ik kon het nauwelijks geloven. Een dikke vette tak van de populier eraf. Die populier waar eerst de trampoline onder stond. En nu nog een ladder omdat de kids het een fijne klimboom vinden.

Kijk lief, had jij dit al gezien?

‘Wat? Nee. Niet te geloven. Is dat vannacht gebeurd? Bizar.’

En dan wordt de Voswachter in hem wakker: ‘dat is dus waarom ze populieren waaibomen noemen’. ‘Het hout groeit heel snel, maar het waait ook snel kapot.’

Kijk. Weer wat geleerd.

Later op de dag, als ik me allang heb teruggetrokken in digitale werelden, hoor ik de kettingzaag. Bij het eten het verhaal: ‘vandaag al met al negen bomen onder handen genomen’.

En dan zegt ‘ie dat hij nergens aan toe komt! 🙂

Odar een jaar

Odar Mare

Om 9.05 op 19 april 2019 werd Odar Mare geboren (op Goede Vrijdag). Dit jaar een jaar later (op zondag 19 april 2020), vieren we zijn eerste verjaardag. Die lieve Odar. Die zich aankondigde, slechts drie weken na ons bod op deze magische plek. Een bod dat geaccepteerd werd. Dat moet Odar (toen nog Mythos) vanaf een wolkje fijntjes hebben gadegeslagen. Trefzeker was hij. Ondanks dat we nog niet met hem bezig waren, nestelde hij zich in mijn baarmoeder. Die kans liet hij niet lopen. Helemaal verrast was ik niet. Ik had al een ingeving gehad dat er zich wellicht een zieltje zou melden, op deze geweldige plek. Alleen zo snel? Nou ja. Het zal het lot wel wezen. En als we nu naar die kleine man kijken, dan is het allemaal zo glashelder. Dit is zijn plek. En via hem ontdekken wij niet alleen de plek, maar ook onszelf. En elkaar.

Hij is gewoon. Zichzelf. Niet meer en niet minder. Niet te kennen. Wel te (be)leven. Hij is hier. Stoepkrijtend, grasetend, vogelskijkend, daaaag kraaiend, omrollend, met zijn broer en zus stoeiend, mandarijnen etend, broek vol poepend, billen schuivend, bal gooiend, sok uittrekkend, verhalen vertellend. Hij is hier. Nu. En morgen weer.

“Tétènder!!!” (ik hoor het Obis nu al roepen).

Dank Odar Mare. Dat je ons magische plekje uitkoos om op deze mooie Aarde te landen. En dat je je niet alleen in mijn buik, maar ook in onze harten nestelde.

De uil van Minerva?

Mevrouw de Uil

De uil van Minerva woont hier niet (zie geboortekaart van Odar). Daar waren we heel stellig in. Gek hoe je je kunt vergissen.

En toch ook weer niet. Vandaag vonden we de uil die mij laatst met grote ogen aankeek toen ik het terrein op reed. Zijn pootjes nog geklemd om de tak waar hij op zat. De storm was hem fataal geworden. Een tak uit de boom waar hij zich in had verscholen, moet de tak waar hij op zat hebben vermorzeld. Een ‘sudden death’.

En het raakt me meer dan ik had verwacht.

Waar Vos nog denkt aan een poging om hem op te zetten – ‘kijk die spanwijdte!’ – besluit ik hem te eren met een gedenkplek langs de oprijlaan. Als ik de stenen op elkaar plaats en er wat kleine steentjes bovenop plaats merk ik ineens dat een versteende uil mij aankijkt.

Dat we hier maar veel wijze beslissingen mogen maken. En als je even niet weet hoe of wat, meldt je dan bij Meneer of Mevrouw de Uil. En vraag gerust om inzicht.